werken en wonen park in een plattelandsgemeente

 

-Opsterland

Ook op Twitter: www.twitter.com/@cdaopsterland  

 

Rijk blijft rijk én arm blijft arm  

Waarom het sociaal leenstelsel sociaal heet, is mij een raadsel. Feit is dat studenten voortaan nog meer zullen moeten gaan lenen. In de praktijk gaan PvdA en VVD terug naar oude tijden, rijk blijft rijk en arm blijft arm. We kunnen nu wel stellen dat vrije toegang tot goed hoger onderwijs in Nederland voor toekomstige generaties verleden tijd is. Volgens het CPB toont Amerikaans onderzoek aan dat elke duizend euro extra studieschuld 0,6 procent minder eerstejaars oplevert. Dat effect treedt pas op na de eerste duizend euro verhoging. Volgens de HBO-raad zou dat betekenen dat er in Nederland 15.000 minder studenten komen. En wie zijn die 15.000 studenten; de kinderen van ouders die de schaapjes al op het droge hebben óf de kinderen van ouders die leven op een sociaal minimum?
Daarnaast roept dit de vraag op hoe diep de kloof tussen generaties mag worden? Het contrast tussen de generatie die deze besluiten neemt en zelf opgegroeid is in de tijd waarin men eeuwig student kon zijn en waarin een universitair diploma de garantie bood op een goedbetaalde baan, ligt inmiddels vele jaren achter ons. De huidige jeugd heeft te maken met een gemiddelde studieschuld die even groot is als tweenetto modale jaarinkomensen het feit dat vaste banen niet meer bestaan en werknemers zich in flexbanen van onzekere tijdelijke opdracht naar tijdelijke onzekere opdracht moeten slepen.
Het kabinet hamert er in alcohol campagnes op dat de hersenen van jongeren tot 23 jaar nog niet volgroeid zijn. Echter blijkbaar is het geen probleem om een 18 jarige een studieschuld aan te laten gaan van 30.000 euro waarvan nog maar moet worden bezien of die schuld later terug betaald kan worden. Ter vergelijking, de gemiddelde schuld van gezinnen in de schuldsanering is 40.000 euro.
De reden die genoemd wordt is de kwaliteit van ’t onderwijs. Nederland stond jarenlang bovenaan in lijstjes waar het de kwaliteit van onderwijs betrof.Maar sinds enkele jaren staan we stil en worden we zelfs langzaam ingehaald door opkomende landen. Dat blijkt vooral te komen doordat we te weinig top studenten weten af te leveren en doordat we te weinig studenten hebben met interesse in bèta studies. Zou het kleiner maken vanuniversitaire klassen en het beter belonen van docenten dat probleem oplossen?Het lijkt me niet. Deze maatregel om studenten hun inkomen af te nemen en vervolgens uit de delen aan meer docenten riekt eerder naar een politiek dealtje tussen de PvdA (met historisch veel achterban in het docentenkorps) en de liberalen van D66 en de VVD die het leven zien als één grote persoonlijke onderneming waar je niet hoeft te rekenen op hulp van de staat.
Dan het terugbetalen. Iemand die na de studie ondanks het ontwrichtte economisch klimaat toch een goede baan vindt, zal met gemak die 30.000 euro terugbetalen. Namelijk doordat die persoon meer gaat verdienen vanwege de genoten opleiding, zal deze persoon 52% loonheffing gaan betalen in plaats van 37% in de laagste schijf. Op die manier wordt het behaalde rendement van de studieruimschoots gecompenseerd door het individu.
Echter in het Nederland van de PvdA en Groenlinks is een dubbeltje blijkbaar een dubbeltje en zal het sterk ontmoedigd worden omvia studie ooit een kwartje te worden. Met socialisten die de zwakkeren in de samenleving intellectueel zwak willen houden, heb je geen individualistische liberalen van D66 en VVD meer nodig. Je zou bijna denken dat de flanken op rechts (VVD enD66) en links (PvdA en Groenlinks) hun achterban in de sociale klasse willen houden waar ze in geboren zijn. De rijken blijven rijk én de armen blijven arm… 

Alies van der Wal, Voorzitter CDJA Fryslân


CDA Opsterland voor verruiming aantal  koopzondagen 

In de afgelopen raadsvergadering van 26 mei heeft het CDA tegen de motie van D’66, Opsterlands Belang en VVD over een (te)vergaande verruiming van de winkeltijden op zon- en feestdagen gestemd. Niet enkel uit principiële overwegingen maar vooral omdat wij ons zorgen maken over de sociale gevolgen ervan voor het winkelpersoneel en de kleinere winkeliers. En omdat onbeperkte koopzondagen afbreuk doen aan een collectieve vrije dag voor het gezin, de familie, de gemeenschap etc.
Het CDA Opsterland is niet blind voor maatschappelijke ontwikkelingen en realiseert zich dat de zondag in toenemende mate een recreatiedag( bijv. gezellig winkelen) is geworden en dat voor een sterke positie als toerismegemeente je daarvoor ook faciliteiten moet bieden
Wij vinden daarom dat er een balans moet zijn tussen het behoud van de zondagrust, het toerisme en de belangen van winkeliers en winkelpersoneel.
In Opsterland is door de gemeenteraad opgeroepen dat winkels alle zon- en feestdagen open mogen zijn.
Voor kleine zelfstandigen betekent dit  echter nog minder rust in hun toch al drukke werkweek. En voor de kleinere winkeliers en hun medewerkers zal dit als gevolg hebben dat er nauwelijks dagen overblijven voor collectieve rust en ontspanning.
Daarnaast zal de omzet voor hen niet echt  toenemen, maar moeten er wel veel extra kosten (lonen, gas, water, licht) gemaakt worden. Mogelijk gevolg is dan dat de kleine ondernemers  het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Dat leidt er toe dat grote winkelketens het winkelaanbod gaan domineren en er dus sprake zal zijn van verschraling van het winkelbestand.
Wanneer de lokale kleine winkels verdwijnen is dat een groot verlies voor onze gemeente. Het betekent immers nog meer leegstand, nog minder gezelligheid in de centra, meer verpaupering, minder toeristen, minder kooplustigen en op termijn is het daardoor mogelijk ook de doodsteek voor de “groteren” die juist uit waren op meer omzet en winst.
Daarnaast  vinden wij een gemeenschappelijke rustdag belangrijk. Een dag voor bezinning of ontspanning, voor sport of cultuur.
Het is naar onze mening goed voor de samenleving om, zoveel als mogelijk, één dag in de week een collectieve rustdag te houden. Je kunt dan ook wat leuks doen met het gezin of in verenigingsverband en even afstand nemen van de druk van werk of school. 

Ons voorstel in de gemeenteraad was en is om per dorp aan de winkeliersverenigingen, plaatselijk belang, kerken en (sport)verenigingen te vragen met een voorstel te komen waar een meerderheid van de “mienskip” het mee eens is. We denken dan aan:

- verruiming voor een aantal afgesproken dagen en overeengekomen openingstijden

- afspraken voor bepaalde sectoren en rekening houdend met medewerkers

Met een ruimer aantal koopzondagen , waar alle ondernemers zoveel als mogelijk aan deelnemen, hopen wij te bereiken dat het bruist van de gezelligheid in onze centra: dat is een echte publiekstrekker.   

Namens de CDA fractie Opsterland

Rynk van der Woude

Hieronder het betoog dat Fractievoorzitter Tineke Jagersma hield in de raadsvergadering  van 26 mei jl.

Standpunt verruiming winkeltijden op zondagen 

Sinds 1 juli 2013 mogen gemeenten zelf bepalen of winkels op zon- en feestdagen open mogen zijn. Deze wijziging in de Winkeltijdenwet is het gevolg van een initiatiefwet van D66 en Groen Links. Deze wet is door een meerderheid in de Tweede Kamer gesteund, maar het CDA was tegen. Wij vrezen namelijk dat door de wijziging van de Winkeltijdenwet maatwerk plaats gaat maken voor eenheidsworst. Als wij in Opsterland toch willen toestaan dat winkels op zon- en feestdagen opengaan, dan vinden wij dat er een balans moet zijn tussen het behoud van de zondagsrust, het toerisme en de belangen van winkeliers, werknemers, sporters en rustzoekers.
Als een gemeente besluit om het aantal koopzondagen te verruimen is niet iedereen daar blij mee. Buurgemeenten worden indirect gedwongen mee te gaan in de verruiming. Voor kleine zelfstandigen betekent dit nog minder rust in hun drukke werkweek. Meer koopzondagen zijn in het voordeel van grootwinkelbedrijven en nadelig voor kleine zelfstandigen. Uit onderzoek van brancheorganisatie cbw-mitex blijkt dat de kleine ondernemers geen behoefte hebben aan meer koopzondagen. De omzet neemt niet toe, maar er moeten wel veel extra kosten (lonen, gas, water, licht) gemaakt worden. Mogelijk gevolg is dat de kleine ondernemers door de extra koopzondagen het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Dat leidt er toe dat grote winkelketens het winkelaanbod gaan domineren. De uitbreiding van de koopzondagen betekent ook voor veel ondernemers en hun medewerkers dat er nauwelijks dagen overblijven voor rust en ontspanning. Het is onwenselijk om de kleine ondernemers die Opsterland uniek en aantrekkelijk maken verder achter te stellen door grotere winkels zondagsopening toe te staan.
Wanneer de lokale kleine winkels verdwijnen is dat een groot verlies voor onze gemeente.
Wij vinden een gemeenschappelijke rustdag belangrijk. Samen met gezin, familie of vrienden kun je van een kerkdienst, een sportwedstrijd of kunstuitvoering een succes maken. In je eentje een balletje hoog houden is toch echt minder dan een gezamenlijk potje voetbal. En een meditatie in je eentje is geen kerkdienst. Wie op zondag moet werken, bijvoorbeeld omdat hij anders teveel omzet mist, staat bij gemeenschappelijke activiteiten buiten spel. Dat vinden wij niet sociaal.
Het CDA Opsterland wil zich hard maken voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Niet alleen waar het gaat om werk en geld, ook als het gaat om geloof of ontspanning.
De 24-uurseconomie krijgt in bepaalde kringen steeds meer aanhang. De ‘markt’ verdringt de mens. Wij zien dat met lede ogen aan. De zondag wordt steeds meer een gewone werkdag. Ruim twee derde van de deelnemers aan een Telegraaf-enquête vorige maand is niet blij met deze ontwikkeling. Voor hen hoeft het niet, altijd open en altijd bereikbaar zijn. „Een 24-uurseconomie is vooral ook het verschuiven van omzet ten koste van medewerkers” en ondergraaft collectieve perioden van werken en rust.
Veel werknemers vinden dat werken in de avond en op zondag extra belastend is en daarom extra beloond mag worden, ik durf wel een voorspelling te doen hoe de winkeliers die op zondag open willen gaan hier over denken. Op onregelmatige tijden werken is een aanslag op je sociale leven, maar ik vermoed dat winkeliers dit steeds minder zullen gaan compenseren.
Voor de meeste deelnemers heeft de 24-uurseconomie meer nadelen dan voordelen. De 24-uurseconomie sloopt het gezinsverband en bevordert het individualisme. Mensen nemen ook hun rust niet meer. Het is goed voor de samenleving om één dag in de week een collectieve rustdag te houden. Je kunt dan ook wat leuks doen met de hele familie in plaats van ieder op een andere dag vrij.
In onze optiek is een winkelier en een inwoner van de gemeente meer dan een producent of een consument. Dit geldt trouwens ook voor de sociaal democratie en uit socialistisch oogpunt. Na de 2de wereldoorlog is ook met name door hen ingezet op een 5-daagse werkweek, vanuit voornamelijk sociaal oogpunt. Denk aan sociale verbanden in kerk, gezin, verenigings-, cultuur- en sportwereld. Ook moeten mensen tijd en zorg voor elkaar en met elkaar kunnen delen.
Tot slot: ik zou een dringend verzoek willen doen aan de indieners van deze motie. Laten we de motie bijstellen en de ‘kreft van de mienskip’ inzetten.

Ons voorstel is om per dorp aan de winkeliersverenigingen te vragen met een voorstel te komen waar een meerderheid van de bedrijven het mee eens is. Ze kunnen dan in onze optiek hun eigen situatie in het dorp het beste meewegen en andere belanghebbenden hierbij betrekken.

We denken dan aan
- verruiming voor bepaalde perioden
- verruiming voor afgesproken dagen
- afspraken over openingstijden
- afspraken voor bepaalde sectoren
- afspraken met de medewerkers over hun inzet en vrije tijd

Belangrijk voor onze fractie is dat mensen voldoende rechten en ruimte houden om de zondag in te richten als een dag van rust en ontspanning, samen met hun gezin, familie en vrienden.
Op deze wijze wordt er voor een procesaanpak gekozen die recht doet aan alle betrokkenen en die betrokkenen ruimte en mogelijkheden biedt hun mening te geven en zich niet alleen te richten op geldelijk gewin maar ook op geestelijk welzijn.


 Kerstcadeautje of verkiezingsactie  

In de raadsvergadering van maandag 4 november stelde de oppositiepartijen voor het voor 3013 resterende geld voor minimabeleid te besteden aan een kerstcadeautje nog in 2013 voor eenoudergezinnen met kinderen van 75 euro.
Hoe sympathiek het ook klinkt, Wethouder Kooistra ontraadde de motie en stelde voor het geld te besteden aan een in 2014 in te stellen structurele regeling voor kinderen uit die gezinnen, een zgn. “kindpakket”. Een kindpakket is een regeling waarmee kinderen op kosten van de gemeente gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld sport, muziek of bibliotheek. Het CDA had goede redenen om deze motie niet te steunen. Allereerst kost de uitvoering van dit soort incidentele uitkeringen veel ambtelijke menskracht en daarmee veel geld. Vervolgens is de kans groot dat het niet bij het kind terecht komt waarvoor het is bedoeld. Tenslotte alleen gezinnen met een uitkering komen in aanmerking. Er zijn echter ook gezinnen met eenzelfde inkomen maar dan verkregen uit noeste arbeid en die krijgen het niet en dat is niet eerlijk, zegt het CDA. De motie vond echter wel een meerderheid in de raad en de wethouder kan niet anders dan uitvoeren. Eerder had het CDA gekozen voor het “kindpakket” als beleid en wilde daar nu niet van afwijken.


Algemene beschouwing voor 2014 (nov 2013)

Vertrouwen en verantwoordelijkheid
Het vertrouwen lijkt in onze maatschappij ver weg. Een laag consumentenvertrouwen maakt dat we minder geld uitgeven. Weinig vertrouwen in de politiek maakt dat het populisme aan kracht lijkt te winnen. Weinig vertrouwen in de kwaliteit van ons werk maakt dat we steeds meer inspecties moeten toelaten en keuringen en certificaten lijken nodig te hebben. 
Het CDA is overtuigd van de kracht en vitaliteit van de samenleving. Persoonlijke verantwoordelijkheid is bepalend voor het functioneren van een samenleving. Die eigen verantwoordelijkheid is de waarborg van moraliteit, kwaliteit en menselijkheid in onze samenleving. 
De beleidskeuzes gemaakt in het coalitieakkoord ‘Samen werken aan welzijn’ zijn leidend geweest voor de afgelopen drie en een half jaar. Door te kiezen voor welzijn en niet voor welvaart hebben we met beperktere middelen toch goede keuzes kunnen maken. Niet gericht op meer, meer, meer, maar op kwaliteit van de belangrijke voorzieningen. 
Nu er een sluitende begroting ligt waar weinig op lijkt af te dingen voel ik de vrijheid om me te beperken tot een aantal algemene onderwerpen waarop onze fractie zich de komende tijd wil richten. Algemeen betekent in dit geval niet nietszeggend, maar gaat over de principes waarop u onze fractie de komende tijd mag aanspreken. Het gaat om de principes op basis waarvan wij onze praktische keuzes in deze raad willen maken. 

Van grenzen naar ruimte
De overheid is geen eigenaar van publieke taken maar de burger. Daarom moet de overheid zaken loslaten in plaats van voorschrijven en de burger vertrouwen geven.
Minder overheid en meer samenleving; mensen, burgers, bestuurders die verantwoordelijkheid nemen. Geen gemeentebestuur wat bepaalt, maar waar mogelijk stimuleert en steunt! Een overheid die helpt met oplossingen en niet bij elke oplossing een probleem bedenkt. Uitgangspunt is ‘hoe kan het wel in plaats van daarom kan het niet.
Ruimte zit ook in de samenwerking in OWO verband, we zien de eerste successen op het sociale domein en de decentralisaties. Zo blijven we voor de burger een herkenbare gemeente die slim gebruik maakt ván en een actieve bijdrage levert áán deze samenwerkingsvorm en dit is wellicht op andere beleidsterreinen ook mogelijk met aanpalende gemeenten. 

Van vrijblijvend naar betrokken; mensen maken hun leefomgeving
We kunnen meer gebruik maken van de denkkracht en initiatieven van inwoners en de bereidheid van mensen om verantwoordelijkheid te nemen voor de leefomgeving.
Dorpsbudgetten worden ook echt aan de wijk gegeven, de burgers mogen bepalen hoe dat wordt besteed. Aan groenonderhoud, verlichting, culturele activiteiten enz.
Inwoners, lokale ondernemers, zzp-ers, boeren denken mee over herontwikkelingsplannen, hergebruik van gronden en leegstaande panden. De leefbaarheid is immers voor alle betrokkenen van grote waarde. 

Van polarisatie naar participatie; mensen samenbrengen via werk, verenigingen, clubs en school
Mensen verschillen van elkaar maar iedereen heeft zijn eigen talenten. We spreken mensen aan op hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Rechten en plichten gaan hand in hand.
Iedereen doet mee.
Dit betekent meer regelruimte voor ondernemingen, ouders, leraren, zorgaanbieders, bewonersgroepen en zorgvragers.

Van nazorg naar voorzorg; voorkomen is beter dan genezen
Het stimuleren van gezond leven, problemen vroegtijdig signaleren en snel in actie komen voorkomen het gebruik van vaak dure voorzieningen.
Het accent ligt daarbij op wat mensen zelf of met elkaar kunnen. De vraag van de cliënt is leidend en maatwerk is het uitgangspunt. Daarmee wordt ook de aandacht voor de minder zelfredzamen, chronisch zieken en gehandicapten gegarandeerd.
We kiezen voor regelluwe projecten en initiatieven, waarbij de doelen helder zijn, maar de invulling door de betrokkenen zelf wordt bedacht en uitgevoerd. Dit vraagt een grote omslag in het denken van politici, ambtenaren en burgers. 

Van verbruiken naar waarderen; niet alles van waarde is in geld uit te drukken
Ons landschap, onze vitaliteit, ons leefmilieu, onze leefbaarheid, allemaal zaken die niet in geld zijn uit te drukken, maar van onschatbare waarde. De gemeente creëert randvoorwaarden voor ondersteuning aan bewoners en organisaties zodat we hier zorgvuldig mee om kunnen gaan en een balans kunnen vinden tussen de mens en zijn leefomgeving. 

Midden tussen de mensen
De vraag naar vertrouwen verwoordt een kritiek op het feit dat alles in Nederland vanuit beleid, politiek en overheid onder controle moet worden gehouden. De roep om vertrouwen is een roep om vrijheid, ruimte voor het eigen initiatief, zelforganisatie en eigen verantwoordelijkheid. 
Vertrouwen en verantwoordelijkheid gelden voor alle betrokkenen (werkgevers, werknemers, bestuurders) en voor alle domeinen (openbaar bestuur, bedrijfsleven en de samenleving zelf). Het vakmanschap is daarvoor de basis, waaraan kwaliteit en verantwoordelijkheid zijn gekoppeld. De overheid moet in dienst van de samenleving staan om samen te zorgen voor economische groei, sociale rechtvaardigheid en een duurzaam beheer van onze planeet.
Ik eindig met een aantal woorden uitgesproken door onze partijvoorzitter het afgelopen weekend;
“Het gaat ons echt om het vinden van de goede antwoorden op de zorgen van gewone mensen. Dat gaat over hun werk, de toekomst van hun kinderen en de zorg voor hun ouders. Wij zijn van en voor de mensen. Je komt ze overal tegen: als vrijwilliger in het ziekenhuis, bij de voedselbank, op het sportveld. Mensen met principes die willen investeren in hun buurt, in hun school. ” 

Mijn fractie dankt alle betrokkenen voor de inzet van het afgelopen jaar en wenst het college, de raad en de ambtelijke staf veel geloof, hoop en liefde toe bij de uitvoering van ons gezamenlijke werk. 

Tineke Jagersma

Fractievoorzitter CDA Opsterland

4 november 2013 


SAMENVATTING RAPPORT RIJNLANDS DENKEN EN DOEN

Inleiding
Tal van maatschappelijke problemen in Nederland zijn op te lossen met Rijnlands denken en doen. Dit concludeert een denktank van het CDA Fryslân. In het Rijnlands denken liggen verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij de burgers. De overheid steunt initiatieven van onderop en zorgt voor een sociaal vangnet.

De studie is een uitvloeisel van de regiobijeenkomsten die het Friese bestuur hield over een nieuwe koers voor de partij. Aanleiding waren de desastreus verlopen verkiezingen en de kabinetsformatie in 2010.

,,Het Rijnlands denken past precies in het nieuwe CDA-profiel’’, zegt voorzitter Douwe Tamminga. Het rapport ‘Rijnlands denken en doen’ is vooral bedoeld voor lokale CDA-bestuurders en –politici. Het staat vol met ideeën die zij zowel binnen als buiten de partij kunnen uitgedragen.

CDA denkt Rijnlands
Het Rijnlands denken is de aanvaarding van maatschappelijke democratie naast de gekozen democratie. Uitgangspunten zijn vertrouwen, vakmanschap en verantwoordelijkheid. Dat geldt voor alle betrokkenen (werkgevers, werknemers, bestuurders) en voor alle domeinen (openbaar bestuur, bedrijfsleven en de samenleving zelf).

Burgers moeten op vrijwillige basis (weer) een grote rol gaan spelen in zorginstellingen, op scholen en bij de volkshuisvesting. ,,De overheid moet hen de ruimte geven en faciliteren’’, zegt opsteller van het rapport, Geart Benedictus. ,,Groepen vullen elkaar aan. Zo draagt de samenleving zelf bij aan economische groei, sociale rechtvaardigheid en een duurzaam beheer van onze planeet.’’

In ondernemingen staat het belang van alle belanghebbenden voorop, niet alleen dat van de aandeelhouders. Dit vraagt om een leider met een luisterend oor. Een leider die zijn vak verstaat en investeert in de kennis van mensen. In Rijnlandse bedrijven is vaak sprake van een meester-gezel-opleiding. Dit sluit aan bij de onderstroom van het CDA: de kracht van de eigen kring en de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk leggen.

Het Rijnlands denken en het CDA-gedachtegoed liggen in elkaars verlengde, zegt denktank-voorzitter Tineke Jagersma. ,,Als je er over leest, denk je meteen: dit gaat over het CDA! ,,Solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap, dat vertaalt zich in het Rijnlands denken in het verbinden, het vertrouwen geven en het benutten van vakmanschap aan de top.’’

Niet een wettelijk systeem, maar de eigen verantwoordelijkheid is de waarborg van moraliteit, kwaliteit en menselijkheid in de samenleving. In Duitsland blijkt de Rijnlandse aanpak crisisbestendig, terwijl er minder maatschappelijke ontevredenheid heerst. De tegenhanger van het Rijnlands denken is het Angelsaksisch denken. Dat is gebaseerd op regels en het afvinken van lijstjes. Jagersma: ,,Onze samenleving is vastgelopen in deze controle-industrie.’’

Ontstaan Rijnlands model
Het beginsel van participerende verantwoordelijkheid gaat terug tot de vroege middeleeuwen omdat in het christendom principieel alle mensen gelijk zijn. Elk talent telt, waarbij een ieder naar vermogen een bijdrage levert aan de samenleving.

Sinds de negentiende eeuw gaat de discussie over de verdeling van verantwoordelijkheid in de samenleving over vrije markt en staatsbemoeienis (liberalisme versus socialisme). Het christendemocratisch alternatief is in dat plaatje een werkbare mix van markt en staat met nadruk op het belang van allerlei niet-statelijke verbanden: gezin, school, kerk, verenigingen en corporaties (maatschappelijk middenveld). Denk ook aan het protestantse begrip soevereiniteit in eigen kring (Abraham Kuyper) en aan de katholieke traditie die verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de mensen legt.

Vanaf 1874 (Kinderwetje van Van Houten) maakt ons land sociale wetten. Professionalisering van vrijwilligerswerk en schaalvergroting holden het opgebouwde sociale stelsel later uit. De teloorgang van het communisme bezorgde het marktdenken vervolgens vleugels. Twee paarse kabinetten droegen hier eveneens toe bij. Deze regeringen zagen maatschappelijke organisaties als de uitvoerders van hun beleid. ,,Zo is de samenleving vastgelopen’’, concludeert rapportopsteller Benedictus.

Ondertussen werden de vertrouwde leenbanken geldverdienmachines en corporaties vastgoedspeculanten. Bovendien keerden burgers zich af van maatschappelijke organisaties. Het CDA heeft te laat onderkend dat deze processen gaande waren en de klassieke vergissing gemaakt zich programmatisch voor te bereiden op ‘de vorige oorlog’.

De keuze waar het CDA nu voor staat is niet óf overheid, óf markt óf civil society maar welke overheid, welke markt en welke civil society. Kortom, welke samenleving willen wij? De staat moet van verzorgingsstaat naar activeringsstaat. Bij de markt zijn de lange termijn, continuïteit en vakmanschap belangrijk. En het maatschappelijk middenveld moet terug naar de menselijke maat.

Hoe verder
,,Dit rapport verdwijnt niet in een la’’, verzekert CDA Fryslân-voorzitter Douwe Tamminga. ,,We willen het ruim verspreiden. Het sluit heel goed aan op wat in de samenleving speelt. Bij voorbeeld in de energiewereld zie je dat de maatschappij aan het kantelen is. Er zijn de laatste jaren honderden lokale energie-initiatieven ontstaan als tegenwicht tegen de commerciële energiereuzen. En kijk naar de vele milieucoöperaties die zijn opgericht voor weidevogelbeheer of onderhoud van houtwallen.’’

In de eerste plaats zijn de aanbevelingen bouwstenen voor programmacommissies die zich voorbereiden op de komende verkiezingen van gemeenteraden. Verder komen er workshops voor leden en een ideeënplatform op internet. Ter inspiratie geeft de denktank in het rapport tal van voorbeelden van Rijnlands denken en doen.

Meer weten over het Rijnlands denken van het CDA? http://www.rijnlands.nu

 


 

     door DeWoudklank niet geplaatst 

Niet gezwegen, lang gewacht, toch gekregen.

Zo ging het met de rondweg om Gorredijk die donderdag 26 september officieel werd geopend door Gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) en Wethouder Wietze Kooistra (CDA). In een tijd dat er over alles en nog wat geklaagd en gemopperd wordt, gebeuren er ook dingen waar we best tevreden over kunnen zijn. De realisatie van de Gorredijkster rondweg is zo’n project.

De eerste plannen om een rondweg om Gorredijk aan te leggen zijn al van voor 1990, dus al bijna 25 jaar geleden. Het steeds toenemende verkeer veranderde de Nijewei van een lokale weg in een drukke verkeersader voor doorgaand verkeer van en naar de A7. De voorbereidingen liepen niet altijd even gesmeerd, al met al bleek het een langdurig proces. Als verantwoordelijk portefeuillehouder heeft Wethouder Wietze Kooistra ook in het provinciaalpolitieke circuit steeds de noodzaak  van de rondweg benadrukt. Het belangrijkste argument was steeds de verbetering van de verkeersveiligheid in en om Gorredijk. Met de aanleg van de nieuwe rondweg is dit grotendeels gerealiseerd. Nu moeten de wegen in het dorp nog veiliger gemaakt worden door ze opnieuw in te richten. Toch was er onlangs nog ongenoegen omdat  er volgens staand provinciaal beleid op de rondweg geen landbouwerkeer werd toegestaan. Met het gevolg dat de herinrichting van de Badweg en de Hegedyk tot verkeersluwe dorpsstraten ernstig werd beperkt door het verwerken van dat vaak zware landbouwverkeer. De bewoners van die straten vroegen terecht om een aanpassing. Na veel overleg heeft Gedeputeerde Poepjes tot een uitzondering op het beleid besloten met een proef voor een jaar. Zij heeft het beleidsbesluit van het CDA-Fryslân in praktijk gebracht, dat zegt: “Minder overheidsbemoeienis, minder marktwerking en meer samenleving”. “Bij de inrichting van de woonomgeving zijn het de bewoners die het bepalen. Het dorp is immers van de mensen die er wonen”. Het is nu aan de gebruikers van de rondweg om te bewijzen dat het best kan. Naast de verbetering van de veiligheid levert dit project, met de daaraan verbonden vervolgwerkzaamheden, ook belangrijke en welkome werkgelegenheid op voor regionale en lokale bedrijven. Ook al blijven er veel zorgen over en valt er wel wat te mopperen, van het CDA mag je politiek perspectief verwachten, zoals in dit project.


 

Hoofdlijn  van de CDAbijdrage Algemene Beschouwingen voor 2013 in Opsterland (nov 2012)

Burgerparticipatie: insprekers worden deelnemers

Langzaam, heel langzaam begint bij ons burgers het besef door te dringen dat de Overheid (de politiek dus) geen antwoord of oplossing heeft op alles wat in de tegenwoordige samenleving de titel “probleem” heeft gekregen. Hoewel er politici zijn die in de verkiezingsdebatten hun uiterste best doen om ons anders te laten geloven. De één verklaart de markt als alles oplossend, de ander zweert bij de staat als ultieme regelaar voor al uw noden en een derde komt niet verder dan een potje schelden op al die zakkenvullers en aanverwante consorten. Maar hoe de Gezondheidszorg betaalbaar op kwaliteit moet worden gehouden en hoe de gevolgen van de krimpende bevolking in onze dorpen kunnen worden opgevangen, om maar een paar “problemen” te noemen, blijken de antwoorden onhoudbaar. Ze zijn een antwoord uit het verleden en zonder gevoel voor toekomst. U en ik hebben genoeg onderwijs gehad om op onze vingers na te kunnen tellen dat ze niet kunnen kloppen. We zullen dus zelf aan de slag moeten met een aantal zaken. ”Burgerparticipatie” heet dat en zo hier en daar klinkt dat besef door in verkiezingsprogramma’s, bijvoorbeeld in die van het CDA dat zegt: ”mensen zijn in staat om zelf problemen aan te pakken. Thuis in de wijk of in vereniging. Dat vraagt om een overheid die burgers vertrouwt en laat ze de ruimte om zelf keuzes te maken als het gaat om hun leven, hun werk en omgeving”. “Burger kom uit je stoel en overheid regel niet alles dicht” was de oproep in het CDA congres. In een publicatie van o.a. Binnenlandse Zaken in maart dit jaar stond het als volgt beschreven: ”Steeds vaker nemen burgers zelf de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke vraagstukken in hun buurt. Vaak bewijzen zij met de door hen verzamelde expertise, sneller, beter en meer afgestemd te kunnen handelen dan de overheid. Door dit te stimuleren, barrières weg te nemen en instrumenten te ontwikkelen dient de overheid deze nieuwe balans tussen burgers en overheid vorm te geven”. De huidige wetgeving komt niet verder dan “inspraak”, maar we moeten naar “deelname”, zegt het CDA, “Participatie” dus. Er is beweging en er zijn al tal van geslaagde projecten in het land die als inspirerend voorbeeld kunnen dienen, waarover later meer.

Wolter Kruize, voorzitter CDA Opsterland 

 


 

Reactie op artikel in De Woudklank van 24 januari 2013. “PHK: Opsterland op z’n smalst.”

“Anonymus” schrijft een artikel met deze titel met de kennelijke bedoeling de Opsterlandse burger een aantal feiten voor te leggen waarmee een objectieve keuze kan worden gemaakt om vóór of tegen de heropening van het PolderHoofdKanaal in NijBeets en De Veenhoop te kiezen.

Samengevat:”( ontdaan van juridische rimram en aanverwante emoties) gaat het om een viertal argumenten.

1.       Wordt de Natuur voldoende beschermd

2.       Wat kost het uiteindelijk

3.       Wat wensen de voorstanders

4.       Wat wensen de tegenstanders

NN speelt in het artikel wel heel zwaar de emotionele kaart van de kosten voor de burger met de termen “buitenproportioneel” en de “smalheid “ van Opsterland, wie dat dan ook mag zijn. Wat NN vergeet of misschien niet weet, is het feit dat voorafgaand onderzoek heeft aangetoond dat “stoppen” net zo veel kost als “doorgaan”.

Het door hem of haar opgeroepen negatieve kostenbeeld voor de Opsterlandse burgers bij doorgaan is dus ook van toepassing bij stoppen. Bij het zoeken naar alternatieven begint te teller daar helaas weer bovenop en is dus onbespreekbaar. Het heeft al te veel gekost, daar is iedereen het wel over eens.

Wat blijft er voor de afweging van ons als burgers over?

1.       De Natuur wordt voldoende beschermd zegt ook de rechter

2.       De kosten bij doorgaan en stoppen blijven gelijk

De keuze van ons als burgers is dan: Het honoreren van de wens van de overgrote meerderheid van de inwoners van Nij Beets en De Veenhoop  tegenover de wens van enkele tegenstanders.

Dat de rechter daar ook nog “Het Algemeen Belang” bij betrekt, is een puur juridische aangelegenheid, waar alleen de tegenstanders voordeel bij lijken te hebben, maar die de burgers van Opsterland niet uit de kosten helpt. Aan ons het oordeel en aan NN de keuze.

Wolter Kruize, voorzitter CDA Opsterland 


 

Elk moment is een nieuw begin.

Deze zin is de ondertitel van het nieuwe boek Aleph van de bekende auteur Paulo Coelho. Het is een inspirerende en aanmoedigende titel. Het is de vraag of iedereen het afgelopen jaar ook zo beleefd en ervaren heeft.
Politiek gezien valt daar, als wij het afgelopen jaar in ogenschouw nemen, best wat op af te dingen. Veel momenten die voorbijkwamen, betekenden wel een nieuw begin, maar wij werden er niet altijd vrolijker van. December is een periode van terugblikken en hoopvol naar de toekomst kijken. Als CDA-Opsterland staan wij even stil bij een aantal ontwikkelingen in de politiek en samenleving, zoals die het afgelopen jaar ervaren zijn. 

Ontwikkelingen in 2011
Het college, gemeenteraad maar ook de CDA-fractie hebben veel tijd en aandacht besteed aan oplossingen om de verslechterende situatie het hoofd te bieden. De financiële en economische slechte tijden voelen velen aan de lijve. Hoe zit het met mijn werk, mijn inkomen, mijn zorg? Deze vragen worden nu indringender gesteld dan in vorige jaren. Het zijn niet alleen persoonlijke vragen, maar ook vragen voor ons als lokale samenleving. Voor een leefbare gemeenschap is het van belang dat samenleving en politiek, zeker in economisch moeilijke perioden, ondersteuning en perspectief blijven bieden aan hen die worden getroffen door de omstandigheden.
Juist nu is het van belang een stevig beleid te voeren tegen armoede en eenzaamheid.
Dit is niet alleen een taak van gemeentelijke overheid, maar ook van maatschappelijke organisaties, kerken, verenigingen en andere sociale netwerken. Omzien naar elkaar in het eigen dorp, wijk of omgeving. En ‘de omgeving van de mens is de medemens’, zoals Jules Deelder dat eens heel treffend beschreef. Daar gaat het om! 

Bezinning en vooruitblik
Het CDA-Opsterland blijft zich ook in slechtere perioden inzetten voor een beleid waarin werk voor mensen, zorg voor mensen en een leefbare samenleving voor iedereen, uitgangspunten zijn. Daaraan zal hard gewerkt moeten worden. Omdat mensen ook een boodschap aan elkaar hebben, mogen wij van de sterken een bijdrage vragen( in de vorm van aandacht, zorg of geld).
Solidariteit in de praktijk brengen. Als christen-democratische partij is dat niet alleen een uitdaging, maar vooral een opdracht. Daarom willen wij ons ook in het komende jaar, samen met u, inzetten voor het belang van de burgers. 

CDA bestuur Opsterland

 


Geloof, Hoop en Liefde.

 

Dat waren de drie kernbegrippen die CDA-fractievoorzitter Tineke Jagersma gebruikte in de raadsvergadering van 4 november jl. Zij gebruikte deze kernbegrippen ter illustratie van de CDA-visie op de begroting en beleid voor het jaar 2012 in onze gemeente. Zij gaf daarmee weer hoe het CDA het beleid en de daarbij behorende keuzes wil beoordelen en toetsen 

Geloof is de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt en er over wilt praten. Geen opgeblazen beelden met allerlei schijnwerkelijkheden die lekker bekken bij de kiezer, maar op basis van feiten met de burger (kiezer) willen praten om tot de noodzakelijke besluiten te komen. 

Elk van de zeven beleidsonderdelen, waaruit het programma 2012 bestaat, herbergt wel stof voor diepgaande meningsverschillen. Zoals de vraag of Opsterland zelfstandig de toenemende taken aankan of dat het zo complex wordt, dat die alleen in groter verband het hoofd kunnen worden geboden. En de vraag waar en hoeveel (brede of multifunctionele) schoolaccommodaties er in Opsterland moeten komen met een plaatselijke krimpende en/of vergrijzende bevolking. 

De Hoop is er op gericht dat het CDA er in zal slagen de zodoende tot stand gekomen besluiten als rechtvaardig en met overtuiging, helder en duidelijk aan de burgers over te brengen. 

De Liefde, tenslotte, is het kenmerk waarmee het CDA ondanks de moeilijk keuzes, mensen recht wil doen en de zwakken wil beschermen. De basis voor haar politiek handelen, zal steeds het onderlinge respect voor alle betrokkenen zijn. 

Al met al een enorme uitdaging die het CDA aangaat om met de waarden Geloof Hoop en Liefde een politieke bijdrage te leveren aan een bindende, dynamische en gezonde Opsterlandse samenleving. 

Wolter Kruize, voorzitter CDA-Opsterland.

 


 

Speeltuinen en de ‘kracht van de samenleving’

 

“Wat me opvalt is dat de speeltuinen er erg slecht uit zien. Ik heb de gemeente even gebeld dat ze er wat aan doen. Wat blijkt ze doen er niets aan, dat kan toch niet! De kinderen moeten toch kunnen spelen? Maar als de gemeente het niet doet, laten wij als buurt dan het onderhoud doen aan de speeltuinen” Zo ongeveer moet het gegaan zijn in Ureterp. Wat je hier ziet is een voorbeeld van de kracht van de samenleving.

Op tal van terreinen binnen onze gemeente is deze kracht aanwezig. Je ziet het bij de sport, plaatselijk belang, kerken, musea, zorg, voedsel banken noem maar op. CDA Opsterland is van mening dat de gemeente zonder deze kracht van de samenleving niet kan. Belangrijk is dan ook dat je als gemeente deze krachten in de samenleving stimuleert en helpt. Dit doe je door ze de ruimte te geven om waarden, ambities en visie om te zetten in daden. Dat betekent dat je ze niet moet verstikken in allerlei onnodige overheidregels en beperkingen. De fractie van CDA Opsterland kijkt dan ook bij alle voorstellen in de gemeenteraad of er sprake is van een typisch overheidstaak of dat je deze taak beter kunt overlaten aan de kracht in de samenleving.

Hoe is het nou afgelopen met de speeltuin? Er is een stichting opgericht in Ureterp om geld op te halen bij fondsen. Waar de stichting nu tegen aanloopt is dat de fondsen alleen geld geven als de gemeente ook de helft betaald (cofinanciering). Naar de mening van de CDA fractie  is de gemeente weer aan zet. De CDA fractie in de gemeenteraad zal dan ook bij de volgende begrotingsbehandelingen zich inzetten voor een om een geldelijke bijdrage te leveren om dit mogelijk te maken.

 

Johannes Osinga

Gemeenteraadslid namens het CDA in Opsterland

 


 Het CDA omarmt Rijnlands denken

Het CDA in Friesland bepleit een andere inrichting van de Nederlandse samenleving.

Het ‘Rijnlands denken en doen’ is volgens een denktank van het provinciale bestuur de oplossing voor tal van maatschappelijke problemen. In het Rijnlands denken liggen verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij burgers. De overheid steunt dan initiatieven van onderop en zorgt voor een sociaal vangnet.

Uitgangspunten van Rijnlands denken en doen zijn vertrouwen en verantwoordelijkheid in alle geledingen. Burgers moeten op vrijwillige basis (weer) een grote rol spelen in zorginstellingen, op scholen en bij de volkshuisvesting. De overheid moet hen dus weer de ruimte geven en faciliteren. De samenleving (de burgers) dragen dan weer zelf bij aan economische groei, sociale rechtvaardigheid en een duurzaam beheer van onze planeet.

Het Rijnlands denken en doen en het CDA-gedachtegoed liggen in elkaars verlengde. Solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap, dat vertaalt zich in het Rijnlands denken in het verbinden, het vertrouwen geven en het benutten van vakmanschap ook aan de top van organisaties en bedrijven.

In Duitsland blijkt de Rijnlandse aanpak crisisbestendig, terwijl er minder maatschappelijke ontevredenheid heerst. De tegenhanger is het Angelsaksisch denken, dat is vooral gebaseerd op regels, controle en meten. Onze samenleving is vastgelopen door deze controle-industrie.

De tijd is rijp voor verandering. Schaalvergroting en marktwerking in de gezondheidszorg en het onderwijs wekken alom wrevel. Burgers richten bijvoorbeeld nu weer coöperaties op als reactie op het winstbejag en korte termijn denken van bijvoorbeeld energiereuzen en banken.

Het CDA wil bouwen aan een nieuwe samenleving. Ons advies: Maak een activeringsstaat van de verzorgingsstaat. De markt moet zich richten op de lange termijn, continuïteit en op leidinggevenden met vakmanschap. En het maatschappelijk middenveld (onze organisaties van vrijwilligers op het gebied van bijvoorbeeld wonen, onderwijs, sociale betrokkenheid) moet terug naar de menselijke maat.

Het rapport ‘Rijnlands denken en doen’ van het CDA Fryslân is samen met allerlei tips, boeken en voorbeelden te vinden op de website www.rijnlands.nu  In mijn volgende bijdrage vertel ik u graag wat het Rijnlands denken en doen voor ons verkiezingsprogramma in Opsterlân gaat betekenen.

Tineke Jagersma,
voorzitter CDA-fractie Opsterlân en
voorzitter van de provinciale denktank ‘Rijnlands denken en doen’ 

Bijlage :

Handvatten voor lokale politiek en bestuurders

Wat zouden gemeentelijke afdelingen van het CDA zoal in hun verkiezingsprogramma kunnen opnemen ter bevordering van het Rijnlands denken ?

Denk bij gemeenten aan: een salarisplafond (wethoudernorm) voor gesubsidieerde instellingen; vrije besteding van gelden door afdelingen, organisaties, wijken en dorpen; aanstelling van burgerwachten, waarbij de overheid uiteraard het geweldsmonopolie houdt.

 Bij het aanbesteden van publieke werken let de gemeente niet alleen op de kosten, maar ook op aspecten van duurzaamheid en op de maatschappelijke participatie van het bedrijf. Regionale verankering! Laat gemeenten bij werken in het groen particuliere bedrijven inschakelen.

Bij instellingen waar de gemeente bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft, wordt het vakmanschap voorop gesteld. De eindverantwoordelijke van een instelling moet geen pure manager maar een vakman zijn, zeker in het onderwijs en de zorg en bij de politie.

Op het gebied van de zorg kan een gemeente experimenteren met een regel-luw gebied. Hier wordt bijvoorbeeld een minimale meetbaarheid van de verantwoording van bestede middelen gevraagd. En bied ouders de ruimte om kinderopvang zelf te organiseren. Bij de WMO kan iets worden teruggevraagd van hulpvragers. Als groep of buurt kunnen zij samen zaken regelen.

In het onderwijs kan de gemeente een pilot met een ‘Rijnlandse school’ opzetten. Schroom ook niet om een mislukte scholenfusie teniet te doen.

Voor het bedrijfsleven kan de gemeente een coördinator aanwijzen die de maatschappelijke participatie bevordert. Denk aan deelname in clubs of het ter beschikking stellen van ruimtes en materialen. Familiebedrijven worden gestimuleerd en kleine (maak)bedrijfjes gefaciliteerd. ZZP `ers passen nadrukkelijk in het gedachtegoed van het Rijnlands denken en doen.

De gemeente moet in eigen huis het goede voorbeeld geven. Zij regelt inspraak, ontwikkelt talent en zij beperkt het tal flexcontracten.